Trainen met meer rendement en minder belasting

Datum: 16 januari 2014


Trainen is een effectieve manier om professionals, teams en organisaties te ontwikkelen. Maar niet altijd. Wat maakt dat trainen soms minder goed werkt? En is er een alternatief?

Het probleem van transfer

Trainen werkt goed voor het ontwikkelen van vakinhoudelijke vaardigheden en ook voor andere (interpersoonlijke) vaardigheden als er sprake is van een collectief ervaren noodzaak. Een context waarin een beroep wordt gedaan op de ontwikkelde vaardigheden is daarbij noodzakelijk. Bovendien mag de training vooral geen doekje voor het bloeden zijn; een schaamlap voor een dieperliggend cultureel probleem. Helaas constateren wij dat aan deze condities niet altijd wordt voldaan. In zulke gevallen is het resultaat van het trainingstraject vaak onbevredigend voor alle betrokkenen: de professional, het team, het management en...  de trainer. Een van de belangrijkste problemen die we zien bij trainen is de gebrekkige transfer van het geleerde. Deelnemers hebben moeite met de vertaalslag naar de praktijk van alledag, het simpelweg doen. Het effect van de training neemt dan na verloop van tijd af.

Op zoek naar een alternatief

Trainen werkt dus goed, maar niet altijd. Wij zijn daarom op zoek gegaan naar een alternatief om teams en leidinggevenden op een meer duurzame manier te helpen ontwikkelen, met meer rendement en minder belasting. In onze zoektocht kwamen we uit op de volgende principes:

  • Ontwikkelen is een werkwoord. Je wordt niet ontwikkeld, je doet het per definitie zelf. Dus als het management een ontwikkeling voor ogen heeft (en het team - nog - niet), is het belangrijk dat het management eerst met het team in gesprek gaat om de spanning tussen nu en straks voelbaar te maken en de betekenis voor het individu en team zichtbaar te maken. Als ontwikkelen een collectieve ambitie is, wordt het team de producent van het eigen leren, in plaats van de consument van iets waar ze niet om heeft gevraagd.
  • Effectief ontwikkelen vindt plaats in de cyclus actie-reflectie-verbeteren. Wat tref ik aan als leidinggevende? Wat wordt mijn interventie in het team? Wat is het effect? En hoe reageer ik daar weer op? Ontwikkelen gebeurt in en uit de praktijk waarbij de leider/professional/het team steeds bewuster leert kijken naar de situatie en (het effect van) zijn/haar eigen handelen.
  • Ontwikkelen doe je samen, en met de billen bloot. Je leert tenslotte het meest als je met en van elkaar leert, het niet allemaal alleen probeert uit te vinden. Dat vraagt ook dat professionals hun eigen waarheden in twijfel durven te trekken en zich kwetsbaar op durven te stellen. Dat er ruimte is voor voortschrijdend inzicht. Dat betekent dat er vooraf een leerklimaat gecreëerd moet worden, dat leren met en van elkaar echt mogelijk maakt. Er kan dan worden gesproken over wat er toe doet, waar het om gaat, en over ieders 'plek der moeite' in het ontwikkeltraject.

De praktijk als startpunt

Bij duurzaam ontwikkelen vormt de praktijk het startpunt voor de ontwikkeling. Als scherp is geformuleerd wat professionals willen ontwikkelen, kunnen praktijksituaties prima fungeren als vehikel voor het leerproces. Een regulier teamoverleg is bijvoorbeeld een prima platform om groepsdynamiek te observeren en om te leren interveniëren in interactieprocessen. Een project dat toch al op de rol staat, is direct te benutten om meer resultaatgericht te leren werken of om de samenwerking te versterken.

Kijken, interveniëren, inslijpen

De drieslag kijken, interveniëren en inslijpen is hierbij een behulpzame kijkwijze. Ontwikkelen start bij anders en beter (leren) kijken naar de eigen praktijk. 'Je gaat het pas zien als je het doorhebt' is een gevleugelde uitspraak van Cruijff. Met ‘brillen’ op het gebied van bijvoorbeeld persoonlijke blokkades, teampatronen, gespreksniveaus, principes van projectmatig werken en persoonlijke stijlen is het mogelijk anders te kijken en meer te zien. Bij interveniëren gaat het over de vragen: Wat worden de interventies, waarom deze, wat zal het effect zijn en wat is dan weer een passende reactie? Bij inslijpen gaat het tot slot om de vraag wat er nodig is om het effect van de interventie te laten beklijven. Hoe blijven we bijvoorbeeld als team echt projectmatig werken? Hoe vertalen we dit door naar andere onderdelen van ons werk? Wat vraagt dit van iedereen?

We merken dat teams en leidinggevenden met deze aanpak tot een meer duurzame ontwikkeling komen met meer rendement en minder belasting in de praktijk van alledag. Dat is een mooi proces, omdat het telkens weer een (gezamenlijke) zoektocht is naar de best passende vormen van kijken, interveniëren en inslijpen.

 

Door: Jeroen Koppens en Jorn Bruining