Een verandering van tijdperken?

Datum: 28 april 2015


In onze opdrachten komen wij veel beleidsplannen tegen. Meer dan 90% van de plannen beginnen met constateringen als:

  • de wereld om ons heen verandert snel
  • de enige constante is verandering
  • we leven in een dynamische tijd…..

Blijkbaar ervaart men dat de omgeving van organisaties sneller verandert dan de organisaties zelf. Het kan ook zijn dat er nieuwe normen, nieuwe wetmatigheden of nieuwe mechanismen aan het ontstaan zijn, waarvan we de richting nog onvoldoende kennen.

Vanuit de overheid zijn in de afgelopen decennia telkens andere mechanismen aangeboord om de maatschappelijke functies te realiseren. Sinds de jaren ’80 wordt er gewerkt aan marktwerking; ondernemerschap met de bekende uitwassen en negatieve effecten. Inmiddels is de hoop gevestigd op oplossingen vanuit de community. Of dat nu participatiesamenleving wordt genoemd of anders, het gaat om mechanismen van zelfsturing en samenwerking, gebaseerd op een sterk maatschappelijk besef (solidariteit). Uiteraard is het concept niet nieuw, maar in deze tijd dient het weer opnieuw te worden uitgevonden.

Er ontstaan kleinschalige en lokale initiatieven:

  • in het bankwezen ontstaan nieuwe munteenheden. Na invoering van de Euro heeft Europa nu meer munteenheden dan daarvoor!
  • in de zorg ontstaan zorgcoöperaties door communities die zich organiseren
  • schrijvers geven hun boeken zelfstandig uit zonder tussenkomst van uitgeverijen
  • vanuit wijken ontstaan energiecoöperaties
  • lokale voedselproductie en -distributie
  • Etc. etc.

Een nieuwe economie?

Er wordt vaak gesproken over ‘een nieuwe economie’. Deze zou gekenmerkt worden door een aantal principes:

  • Vormen van coöperatief samenwerken als centraal beginsel; ondernemen wordt dan de kunst van het nieuwe samenwerken.
  • Het bewust creëren van meervoudige waarde(n).
  • Geld is niet langer het enige ruilmiddel.
  • Een economie op basis van behoeften en het benutten daarvan (nu en later).
  • Bezit (eigendom) van productiemiddelen staat niet langer centraal, toegang hebben tot is mogelijk veel belangrijker. Er wordt betaald voor gebruik, niet voor bezit.
  • Duurzaam commitment aan elkaar: als ik nu de zorg verdien die ik pas over tien jaar zelf nodig heb, moet er sprake zijn van grote betrouwbaarheid in de relatie.

Dit vertaalt zich naar alle lagen in de maatschappij. Het betekent ook dat de zorg, het onderwijs, welzijn en wonen op een andere manier georganiseerd zal gaan worden en dat er nieuwe waardeproposities ontstaan.

Nieuwe waarde?

Een klassieke waardepropositie wordt gekenmerkt doordat iemand (een uitvinder, een ondernemer, een producent, een organisatie) een product of dienst aanbiedt aan cliënten of organisaties die daarvoor willen betalen. Er vindt een transactie plaats en het product wordt geleverd. Het is een lineair proces van Aanbod Transactie  Levering.


Een waardepropositie nieuwe stijl werkt volgens de principes van meervoudigheid, gedeeldheid en collectiviteit. Dit betekent dat een waardepropositie bestaat uit verschillende elementen, verschillende transacties tegelijk (meervoudig), gecreëerd door verschillende partijen (collectief), en waarbij alle partijen op een eigen manier profiteren van de gecreëerde waarde (gedeeld). Een nieuwe waardepropositie is de totale waarde van alle interacties op alle momenten.


Wij richten ons op maatschappelijke organisaties (of de mensen die er werken). Zij hebben al wel een idee voor een dienst of aanbod, maar dat is nog niet uitgekristalliseerd. Het is nog niet scherp hoe het kan worden gerealiseerd. Er is enthousiasme over een idee, maar hoe gaat het werken? Wie moeten er bij worden betrokken, hoe wordt het duurzaam en op langere termijn waardevol?

Nieuwe bedrijfsmodellen

Als je een idee hebt voor een nieuw (maatschappelijk) initiatief moet je je ervan bewust zijn dat er veel waarden zijn en veel belanghebbenden die elk op hun eigen manier de waarde zullen benutten. Je bent daarmee niet de enige die bepaalt wat de waardepropositie is!

Als oefening hebben wij een ‘wasstraat’ voor ideeën ontwikkeld. Hierbij gaan we ervan uit dat er een notie is van een bedrijfsmodel waarmee het idee kan worden gerealiseerd. Dit onrijpe, rammelende of nog vage bedrijfsmodel gaat de wasstraat in, en wordt verrijkt middels een vijftal cruciale wasprogramma’s.

Programma 1: Doelgroepen (wie zijn de gebruikers, betalers, belanghebbenden, klanten, meewerkers etc. ?)
Programma 2: Hoe wordt betaald? Is de dimensie ‘euro, eco of sociaal’?
Programma 3: De manier waarop de waarde wordt verkregen (de logistiek)
Programma 4: De manier waarop het door de doelgroep wordt beleefd (de emotionele waarde)
Programma 5: Timing en frequentie: wanneer vindt de interactie plaats, hoe vaak?

Als u bezig bent met een nieuw initiatief, kan de wasstraat helpen om uw idee te optimaliseren. In de praktijk blijkt dat het doorlopen van de verschillende ‘wasprogramma’s’ verrijkend en inspirerend is. Het kan zijn dat u met een aantal partijen bezig bent met een vraagstuk, zoals:

  • op welke gebieden kunnen wij onze klantwaarde verbeteren door samen te werken (bijvoorbeeld in het kader van de Wmo)?
  • hoe kunnen wij in onze huisvesting samenwerken en elkaar versterken?
  • wij doen erg ons best, maar de cliënten (klanten?) zijn niet enthousiast: wat kunnen we anders doen?

Onze wasstraat is geopend voor uw ideeën!
Bel of mail ons als u hiervoor belangstelling heeft.
Telefoon: 088 532 14 63
e-mail: r.v.d.ven@kock.nl

 

Door: Rob van de Ven