Innovatief gedrag in organisaties

Maatschappelijke organisaties worden in toenemende mate geconfronteerd met een noodzaak te innoveren: scholen die opbrengstgericht gaan werken of voor de keuze staan van een andere onderwijsfilosofie, zorgorganisaties die in transitie zijn, woningcorporaties die worden geconfronteerd met een krimpregio of gemeenten die nieuwe vormen zoeken voor het verkleinen van ontwikkelingsachterstanden van jonge en oudere burgers.

Veranderingen in de vraag of wens van de cliënt, leerling, patiënt of overheid dwingen organisaties om na te denken over innovaties in de dienstverlening. Deze innovaties leiden tot een verandering of vernieuwing van het dienstverleningsproces, het aanbieden van nieuwe diensten of het verbeteren van bestaande diensten. Wie zorgt voor deze innovaties? Wie komt met de goede ideeën? Wie realiseert deze ideeën? Kortom: wie vertoont innovatief gedrag binnen de organisatie en hoe kunnen we dit ontwikkelen?

Innovaties ontstaan vaak van onderop in de organisatie; bij de professionals die dagelijks werken met leerlingen, cliënten of patiënten. Innovatief gedrag van deze professionals is een belangrijke voorspeller voor de mate waarin een organisatie daadwerkelijk innovaties realiseert. De noodzaak tot innoveren ontstaat dus bij de professional in de maatschappelijke organisatie. Hij of zij geeft handen en voeten aan het ondernemerschap door steeds te zoeken naar vernieuwingen die leiden tot verbeteringen.

Op basis van wetenschappelijk onderzoek en de adviespraktijk heeft KOCK een methodiek ontwikkeld die maatschappelijke organisaties helpt bij het ontwikkelen van innovatief gedrag van medewerkers. Door toepassing van deze methodiek krijgen innovaties meer kans van slagen. De organisatie kan voorspellen waar innovaties ontstaan; bij welke medewerkers, teams en afdelingen. Bovendien is de organisatie beter in staat aan te geven hoe innovaties gerealiseerd kunnen worden, op welk terrein en met wie.